Blauwe ogen
Op een gewone doordeweekse dag loop ik vermoeid desupermarkt uit. Wat een dag. Voorzichtig hang ik de plastic tasjes vol metbrood, groenten, chocola en wasmiddel aan mijn stuur en fiets wiebelend over destoep. Dan kruist mijn blik die van een paar felle blauwe ogen. De blondejongen, type sexy nonchalant, loopt over de stoep. Ik moet even op de rem staanzodat hij er langs kan en de tijd lijkt even stil te staan. Hij kijkt me aan,met die hemelsblauwe ogen, en lacht terwijl hij verlegen een beetje in zijnkraag duikt. Ik word er spontaan een beetje verlegen van.
Ik fiets snel door. “He! Wacht even!” hoor ik achter mij. Ik trap op mijn remen kijk achterom. De jongen loopt langzaam maar zeker op me af. “Ik wilde jeeigenlijk wel wat beter leren kennen,” zegt hij en kijkt bescheiden naar zijnzwartgeblokte Vans. Wat een held! We raken aan de praat over van alleseigenlijk. Muziek, opleiding, vrienden enzovoorts. Hij blijkt gewoon preciesdezelfde interesses te hebben als ik. “Maar eum,” zegt hij dan voorzichtig “Ikmoet gaan.” We staan inmiddels al een uur te kletsen en ook ik besef dat hettoch wel een beetje laat begint te worden. Ik stap op mijn fiets en ik kijk nogéén keer achterom in die blauwe ogen.
Het lijkt te mooi om waar te zijn, zo’n spontane ontmoeting en dat is het ook. Deharde waarheid: nadat onze blikken elkaar kruisten en we charmant naar elkaarlachten, liep hij door. Rechtstreeks de supermarkt in. Helemaal niet ergverder, ik ben blij met mijn vriendjelief en wellicht was de blonde nonchalanceook zo bezet als een eenkennige hond. Ik fiets na het oogcontactmoment wankelendde stoep over. Vervolgens knal ik zo hard van de stoeprand af, dat ik blij bendat ik geen man ben op dat moment. Ik fiets zo snel als ik kan naar huis. Dieblauwe ogen zie ik de hele fietstrip nog voor me. Dat dan weer wel.
