Blauwe ogen

Op een gewone doordeweekse dag loop ik vermoeid desupermarkt uit. Wat een dag. Voorzichtig hang ik de plastic tasjes vol metbrood, groenten, chocola en wasmiddel aan mijn stuur en fiets wiebelend over destoep. Dan kruist mijn blik die van een paar felle blauwe ogen. De blondejongen, type sexy nonchalant, loopt over de stoep. Ik moet even op de rem staanzodat hij er langs kan en de tijd lijkt even stil te staan. Hij kijkt me aan,met die hemelsblauwe ogen, en lacht terwijl hij verlegen een beetje in zijnkraag duikt. Ik word er spontaan een beetje verlegen van.

Ik fiets snel door. “He! Wacht even!” hoor ik achter mij. Ik trap op mijn remen kijk achterom. De jongen loopt langzaam maar zeker op me af. “Ik wilde jeeigenlijk wel wat beter leren kennen,” zegt hij en kijkt bescheiden naar zijnzwartgeblokte Vans. Wat een held! We raken aan de praat over van alleseigenlijk. Muziek, opleiding, vrienden enzovoorts. Hij blijkt gewoon preciesdezelfde interesses te hebben als ik. “Maar eum,” zegt hij dan voorzichtig “Ikmoet gaan.” We staan inmiddels al een uur te kletsen en ook ik besef dat hettoch wel een beetje laat begint te worden. Ik stap op mijn fiets en ik kijk nogéén keer achterom in die blauwe ogen.

Het lijkt te mooi om waar te zijn, zo’n spontane ontmoeting en dat is het ook. Deharde waarheid: nadat onze blikken elkaar kruisten en we charmant naar elkaarlachten, liep hij door. Rechtstreeks de supermarkt in. Helemaal niet ergverder, ik ben blij met mijn vriendjelief en wellicht was de blonde nonchalanceook zo bezet als een eenkennige hond. Ik fiets na het oogcontactmoment wankelendde stoep over. Vervolgens knal ik zo hard van de stoeprand af, dat ik blij bendat ik geen man ben op dat moment. Ik fiets zo snel als ik kan naar huis. Dieblauwe ogen zie ik de hele fietstrip nog voor me. Dat dan weer wel.

december 17, 2008
By on 14:55
Blauwe ogen

Op een gewone doordeweekse dag loop ik vermoeid desupermarkt uit. Wat een dag. Voorzichtig hang ik de plastic tasjes vol metbrood, groenten, chocola en wasmiddel aan mijn stuur en fiets wiebelend over destoep. Dan kruist mijn blik die van een paar felle blauwe ogen. De blondejongen, type sexy nonchalant, loopt over de stoep. Ik moet even op de rem staanzodat hij er langs kan en de tijd lijkt even stil te staan. Hij kijkt me aan,met die hemelsblauwe ogen, en lacht terwijl hij verlegen een beetje in zijnkraag duikt. Ik word er spontaan een beetje verlegen van.

Ik fiets snel door. “He! Wacht even!” hoor ik achter mij. Ik trap op mijn remen kijk achterom. De jongen loopt langzaam maar zeker op me af. “Ik wilde jeeigenlijk wel wat beter leren kennen,” zegt hij en kijkt bescheiden naar zijnzwartgeblokte Vans. Wat een held! We raken aan de praat over van alleseigenlijk. Muziek, opleiding, vrienden enzovoorts. Hij blijkt gewoon preciesdezelfde interesses te hebben als ik. “Maar eum,” zegt hij dan voorzichtig “Ikmoet gaan.” We staan inmiddels al een uur te kletsen en ook ik besef dat hettoch wel een beetje laat begint te worden. Ik stap op mijn fiets en ik kijk nogéén keer achterom in die blauwe ogen.

Het lijkt te mooi om waar te zijn, zo’n spontane ontmoeting en dat is het ook. Deharde waarheid: nadat onze blikken elkaar kruisten en we charmant naar elkaarlachten, liep hij door. Rechtstreeks de supermarkt in. Helemaal niet ergverder, ik ben blij met mijn vriendjelief en wellicht was de blonde nonchalanceook zo bezet als een eenkennige hond. Ik fiets na het oogcontactmoment wankelendde stoep over. Vervolgens knal ik zo hard van de stoeprand af, dat ik blij bendat ik geen man ben op dat moment. Ik fiets zo snel als ik kan naar huis. Dieblauwe ogen zie ik de hele fietstrip nog voor me. Dat dan weer wel.


By on 13:55
Hyves

Hyves is onontkoombaar gegeven. Eerst weiger je dapper alle uitnodigingen van kennissen en vage vrienden. Maar dan melden vervolgens ook mensen uit je eigen vriendenkring zich massaal aan bij ‘hét vriendennetwerk Hyves’. Tja, en dan kan je niet achterblijven natuurlijk. Dus, kuddedier als ik ben, heb me enige tijd geleden ook aangemeld.

Inmiddels ben ik een echte Hyver, met mijn 244 hyves-vriendjes (dat is natuurlijk wel wat anders dan échte vrienden, maargoed) doe ik het helemaal niet slecht. Ik ‘krabbel’ met lieve vriendinnetjes, check foto’s van die ene leuke jongen en kijk hoe het met dat oud-klasgenootje gaat. Sommige Hyvers zetten lief en leed op hun persoonlijke pagina, niet mijn ding maar heerlijk om te lezen en een prima tijdverdrijf.

Daar zit ook meteen het grote nadeel van dit digitale vriendennetwerk. Sites van mensen van wie je eigenlijk helemaal niet wilt weten hoe het met ze gaat, zijn te bekijken. En ja, dat doe ik ook. Ik geef het bij deze toe: Hyves van exen, nieuwe vlammen van oude vlammen, die ene vriendin die ik nooit meer spreek en ander gespuis, ik check ze allemaal.

Waarom ik dat doe? Geen idee. Uit een kort vragenrondje onder mijn vriendinnen, blijk ik niet de enige te zijn. Ook zij geven allemaal toe de verleiding niet te kunnen weerstaan om héél even op een profiel te kijken, die ze eigenlijk niet willen zien. Het lijkt zo onschuldig. Maar meestal voel je je niet bepaald beter door, ik niet tenminste.

Inmiddels heb ik een simpele, maar werkzame manier. Mij beschermt het in ieder geval tegen niet-vrolijkmakend speurgedrag en houdt Hyves een leuk tijdverdrijf. Deleten. Wil je eigenlijk iets niet zien, zorg dan ook dat je het niet kan zien. Klik en hup, mensen die niet goed voor je zijn of zijn geweest heb je zo gedeletet. Stiekem voelt dat nog lekker ook, woest op het prullenbakicoontje klikken en weg. Ging dat in het echte leven ook maar zo gemakkelijk.  

juni 4, 2008
By on 16:08
Hyves

Hyves is onontkoombaar gegeven. Eerst weiger je dapper alle uitnodigingen van kennissen en vage vrienden. Maar dan melden vervolgens ook mensen uit je eigen vriendenkring zich massaal aan bij ‘hét vriendennetwerk Hyves’. Tja, en dan kan je niet achterblijven natuurlijk. Dus, kuddedier als ik ben, heb me enige tijd geleden ook aangemeld.

Inmiddels ben ik een echte Hyver, met mijn 244 hyves-vriendjes (dat is natuurlijk wel wat anders dan échte vrienden, maargoed) doe ik het helemaal niet slecht. Ik ‘krabbel’ met lieve vriendinnetjes, check foto’s van die ene leuke jongen en kijk hoe het met dat oud-klasgenootje gaat. Sommige Hyvers zetten lief en leed op hun persoonlijke pagina, niet mijn ding maar heerlijk om te lezen en een prima tijdverdrijf.

Daar zit ook meteen het grote nadeel van dit digitale vriendennetwerk. Sites van mensen van wie je eigenlijk helemaal niet wilt weten hoe het met ze gaat, zijn te bekijken. En ja, dat doe ik ook. Ik geef het bij deze toe: Hyves van exen, nieuwe vlammen van oude vlammen, die ene vriendin die ik nooit meer spreek en ander gespuis, ik check ze allemaal.

Waarom ik dat doe? Geen idee. Uit een kort vragenrondje onder mijn vriendinnen, blijk ik niet de enige te zijn. Ook zij geven allemaal toe de verleiding niet te kunnen weerstaan om héél even op een profiel te kijken, die ze eigenlijk niet willen zien. Het lijkt zo onschuldig. Maar meestal voel je je niet bepaald beter door, ik niet tenminste.

Inmiddels heb ik een simpele, maar werkzame manier. Mij beschermt het in ieder geval tegen niet-vrolijkmakend speurgedrag en houdt Hyves een leuk tijdverdrijf. Deleten. Wil je eigenlijk iets niet zien, zorg dan ook dat je het niet kan zien. Klik en hup, mensen die niet goed voor je zijn of zijn geweest heb je zo gedeletet. Stiekem voelt dat nog lekker ook, woest op het prullenbakicoontje klikken en weg. Ging dat in het echte leven ook maar zo gemakkelijk.  


By on 15:08
Tattoo

Ze weet het zeker. Ze denkt er al jaren over na, maar nugaat ze het ook daadwerkelijke doen. Vriendin S. wil een tatoeage. Ze weet watvoor figuurtje ze wil, ze weet waar ze ‘m wil. Kortom, de tatoeage moet en zaler komen. En vriendin A. en ik gaan mee als traumateam.

We rijden met z’n drieën naar een tattooshop in een kleindorpje. Eenmaal aangekomen worden we vrolijk begroet: “Heee, ja, let maar nietop de rommel hoor!” We zigzaggen om de kinderfietsjes en speelgoedballen enlopen naar een klein schuurtje naast het huis van de tattoozetter. Vriendin S.kijkt ons nog even vragend aan, maar besluit de man toch maar te volgen.

Het huisje hangt vol met plaatjes van roosjes, doodshoofden en tribaltekens.Het ziet er netjes en steriel uit, als een echte tattooshop. Tenminste, voorzover wij weten hoe een tattooshop er uit hoort te zien. S. weet zeker wat zewil, een copyright-tekentje. “Ow die heb ik hier niet als voorbeeld,”verontschuldigt de man. Maar na enig speurwerk op de computer vindt S. haar idealetekentje. De man tekent het na op een vloeipapiertje en ‘stempelt’ de tattoo ophaar heup.

Nog even kijkt ze ons aan. “Kan ie?” vraagt de man. “Eum,ja,” zegt ze dapper. De man trekt handschoenen aan en haalt de naald uit deverpakking. Het zoemende geluid doet een beetje aan een tandarts boor denken.Aan S. haar gezicht te zien, voelt het ook net als een wortelkanaalbehandeling.Ze pakt mijn hand en knijpt hem bijna fijn.”Zo! Dat was ‘m alweer!” zegt de manvrolijk. En hij pakt de tattoo goed in met verband. Alsof ze net een huisdierheeft aangeschaft krijgt ze allemaal verzorgingstips mee: hij mag niet in dezon en het verband mag er pas over een paar uur af.

S. kijkt opgelucht en ze is ontzettend blij met haar nieuweaanwist op haar heup. We rijden naar huis. Daar drinken we thee om deze grotestap in haar leven te vieren. Vrolijk komen haar ouders binnen. “Nee heb je hetecht gedaan?” vraagt haar vader voorzichtig. Trots laat ze het verband zien, opde echte tattoopremiere zullen haar ouders nog even moeten wachten.   

Haar moeder kijkt bezorgd naar het verband op haar heup. “Ben je er wel blijmee?” S. knikt trots. Haar moeder kijkt A. en mij aan. “Jullie hebben verderhelemaal geen tattoo of piercing ofzo he?” Nee, dat hebben we niet. S. is dedapperste van ons, met haar tongpiercing en haar versgezette tattoo. Haar moederwendt zich weer tot S. en vraagt dan verbaasd: “maar wat is er dan mis met jou?”

november 6, 2007
By on 19:30
Tattoo

Ze weet het zeker. Ze denkt er al jaren over na, maar nugaat ze het ook daadwerkelijke doen. Vriendin S. wil een tatoeage. Ze weet watvoor figuurtje ze wil, ze weet waar ze ‘m wil. Kortom, de tatoeage moet en zaler komen. En vriendin A. en ik gaan mee als traumateam.

We rijden met z’n drieën naar een tattooshop in een kleindorpje. Eenmaal aangekomen worden we vrolijk begroet: “Heee, ja, let maar nietop de rommel hoor!” We zigzaggen om de kinderfietsjes en speelgoedballen enlopen naar een klein schuurtje naast het huis van de tattoozetter. Vriendin S.kijkt ons nog even vragend aan, maar besluit de man toch maar te volgen.

Het huisje hangt vol met plaatjes van roosjes, doodshoofden en tribaltekens.Het ziet er netjes en steriel uit, als een echte tattooshop. Tenminste, voorzover wij weten hoe een tattooshop er uit hoort te zien. S. weet zeker wat zewil, een copyright-tekentje. “Ow die heb ik hier niet als voorbeeld,”verontschuldigt de man. Maar na enig speurwerk op de computer vindt S. haar idealetekentje. De man tekent het na op een vloeipapiertje en ‘stempelt’ de tattoo ophaar heup.

Nog even kijkt ze ons aan. “Kan ie?” vraagt de man. “Eum,ja,” zegt ze dapper. De man trekt handschoenen aan en haalt de naald uit deverpakking. Het zoemende geluid doet een beetje aan een tandarts boor denken.Aan S. haar gezicht te zien, voelt het ook net als een wortelkanaalbehandeling.Ze pakt mijn hand en knijpt hem bijna fijn.”Zo! Dat was ‘m alweer!” zegt de manvrolijk. En hij pakt de tattoo goed in met verband. Alsof ze net een huisdierheeft aangeschaft krijgt ze allemaal verzorgingstips mee: hij mag niet in dezon en het verband mag er pas over een paar uur af.

S. kijkt opgelucht en ze is ontzettend blij met haar nieuweaanwist op haar heup. We rijden naar huis. Daar drinken we thee om deze grotestap in haar leven te vieren. Vrolijk komen haar ouders binnen. “Nee heb je hetecht gedaan?” vraagt haar vader voorzichtig. Trots laat ze het verband zien, opde echte tattoopremiere zullen haar ouders nog even moeten wachten.   

Haar moeder kijkt bezorgd naar het verband op haar heup. “Ben je er wel blijmee?” S. knikt trots. Haar moeder kijkt A. en mij aan. “Jullie hebben verderhelemaal geen tattoo of piercing ofzo he?” Nee, dat hebben we niet. S. is dedapperste van ons, met haar tongpiercing en haar versgezette tattoo. Haar moederwendt zich weer tot S. en vraagt dan verbaasd: “maar wat is er dan mis met jou?”


By on 18:30
Rotgesprek

Je weet van sommige telefoongesprekken dat je ze eigenlijk niet wilt voeren. Je weet dat je je door het gesprek waarschijnlijk rotter voelt dan daarvoor. Je weet dat dingen waarschijnlijk anders zullen zijn na zo’n gesprek. En toch neem je op.

Ik loop buiten met de hond. Het begint te schemeren. M’n telefoon gaat. Ik zie dat hij het is. En ik denk dat ik wel weet waarom hij belt. Het liefst zet ik de telefoon nu uit, gooi ik dat ding op de grond of doe ik net of ik mijn telefoon niet hoor. Maar ik neem op. Misschien valt het nog mee, denk ik nog.

”Hey…” Zijn stem. Zijn lieve, vertrouwde stem. “Hey,” probeer ik nog zo opgewekt mogelijk terug te zeggen. “Sorry dat ik niet eerder had gebeld,” begint hij. “Maakt niet uit joh.” Dat lieg ik. Ik zat al dagen met tegenzin op dit gesprek te wachten. Ik wist dat we moesten praten, dat we gingen praten. En hij wist dat ook. “Alles goed met je?” “Ja hoor” Zeg nou maar waarom je belt, schiet er door mijn hoofd. “Maar eum…” “Ja?” “Ik eum..” Goh, normaal is hij altijd zo’n praatjesmaker. En nu komt hij amper uit zijn woorden.

Hij begint nog voorzichtig. “Ja, ik vind je echt leuk.” Blabla, denk ik. “Maar ik kreeg de laatste tijd niet echt hoogte van je.” Goh, ik wel van jou dan? Ik wil hem zoveel zeggen, maar ik weet niks uit te brengen. Ik had nooit die kuttelefoon moeten opnemen. Hij gaat verder: “tja en eum…” “Ja?” Vraag ik voorzichtig. Zeg nou ook maar gewoon wat je wilt zeggen. Ik weet heus wel waarom je me niet meer belt en smst. “Ik heb een ander meisje leren kennen. Het is nog niet echt serieus tussen ons hoor. Maar… naja, ik vond dat je dat wel moest weten.”

Ik ga op een bankje zitten en veeg snel een traan weg. Het doet me meer dan ik dacht. “Goh.” Ik weet niet wat ik verder moet zeggen. Wat is hij stom bezig! Hij maakt een fout! Ik wilde niet onduidelijk zijn! Echt niet! Maar dit zeg ik allemaal niet. “Wat leuk voor je.” Ik lijk wel gek. Ik vraag voorzichtig: “dus wij?” “Nee, sorry,” zegt hij zacht. “ik ga maar ophangen oké? Ik spreek je snel.” “Ja, is goed” zeg ik nog dapper. Hij hangt op. Ik staar naar de weerspiegeling van de maan in het water. De hond legt voorzichtig haar kop op mijn schoot.   

oktober 21, 2007
By on 14:32
Rotgesprek

Je weet van sommige telefoongesprekken dat je ze eigenlijk niet wilt voeren. Je weet dat je je door het gesprek waarschijnlijk rotter voelt dan daarvoor. Je weet dat dingen waarschijnlijk anders zullen zijn na zo’n gesprek. En toch neem je op.

Ik loop buiten met de hond. Het begint te schemeren. M’n telefoon gaat. Ik zie dat hij het is. En ik denk dat ik wel weet waarom hij belt. Het liefst zet ik de telefoon nu uit, gooi ik dat ding op de grond of doe ik net of ik mijn telefoon niet hoor. Maar ik neem op. Misschien valt het nog mee, denk ik nog.

”Hey…” Zijn stem. Zijn lieve, vertrouwde stem. “Hey,” probeer ik nog zo opgewekt mogelijk terug te zeggen. “Sorry dat ik niet eerder had gebeld,” begint hij. “Maakt niet uit joh.” Dat lieg ik. Ik zat al dagen met tegenzin op dit gesprek te wachten. Ik wist dat we moesten praten, dat we gingen praten. En hij wist dat ook. “Alles goed met je?” “Ja hoor” Zeg nou maar waarom je belt, schiet er door mijn hoofd. “Maar eum…” “Ja?” “Ik eum..” Goh, normaal is hij altijd zo’n praatjesmaker. En nu komt hij amper uit zijn woorden.

Hij begint nog voorzichtig. “Ja, ik vind je echt leuk.” Blabla, denk ik. “Maar ik kreeg de laatste tijd niet echt hoogte van je.” Goh, ik wel van jou dan? Ik wil hem zoveel zeggen, maar ik weet niks uit te brengen. Ik had nooit die kuttelefoon moeten opnemen. Hij gaat verder: “tja en eum…” “Ja?” Vraag ik voorzichtig. Zeg nou ook maar gewoon wat je wilt zeggen. Ik weet heus wel waarom je me niet meer belt en smst. “Ik heb een ander meisje leren kennen. Het is nog niet echt serieus tussen ons hoor. Maar… naja, ik vond dat je dat wel moest weten.”

Ik ga op een bankje zitten en veeg snel een traan weg. Het doet me meer dan ik dacht. “Goh.” Ik weet niet wat ik verder moet zeggen. Wat is hij stom bezig! Hij maakt een fout! Ik wilde niet onduidelijk zijn! Echt niet! Maar dit zeg ik allemaal niet. “Wat leuk voor je.” Ik lijk wel gek. Ik vraag voorzichtig: “dus wij?” “Nee, sorry,” zegt hij zacht. “ik ga maar ophangen oké? Ik spreek je snel.” “Ja, is goed” zeg ik nog dapper. Hij hangt op. Ik staar naar de weerspiegeling van de maan in het water. De hond legt voorzichtig haar kop op mijn schoot.   


By on 13:32
Joggen

Sportenis niet het leukste dat ik kan bedenken. Natuurlijk, het is goed voorje, goed voor de lijn enzovoorts, enzovoorts. Maar toch is het geen hobby vanmij. Daardoor deed er nooit erg veel aan. Zeg maar: één keer per week of somsnog minder.

Tot eenvriendin van mij sinds kort fanatiek bezig is met zwemmen en hardlopen. Terwijlik onderuit op de bank hang stuurt ze me een berichtje: “ik ga even hardlopenhoor, doeg xx”. Ik baal van mezelf. Waarom doe ik dit gewoon niet? Een heldermoment. Ik stuur haar een berichtje terug: “Wacht, ik ga met je mee. Kom memaar ophalen.” Ze loopt toch altijd praktisch langs mijn huis.

Dus dezeweek jog ik dapper met haar mee. Gelukkig is mijn vriendin zo loyaal zich aanmijn non-conditie te houden, want op haar tempo houd ik het niet vol. Het isduidelijk te merken dat ze al wat beter getraind is dan ik. Vrolijk pratendover die leuke pianist en andere belangrijke zaken des levens jogt ze naast me.Ik kan er alleen af en toe een moeizame “ja” uitbrengen en heb het gevoel datwe na een nacht met teveel cocktails de Mount Everest beklimmen. Toch probeerik vol te houden. Na onze eerste jog-sessie ben ik kapot, maar erg trots opmezelf.

Mijnvriendin laat het de volgende avond afweten, maar ik word fanatiek en ga inmijn eentje een rondje langs de grachten. En het gaat al beter dan de vorigekeer. Gewoon rennen is eigenlijk best wel lekker. Lekker met een muziekje opjog ik langs het park.

Devolgende dag heb ik wéér enorme spierpijn. Ik voel elke stap die ik zet. Ditmaakt mij lachvoer voor mijn klasgenoten. Toch ben ik blij en trots op mezelf.En dit komt niet alleen door het hardlopen zelf. Ik kan nu namelijk eindelijkweer gewoon zeggen dat ik sport. Dat ik geen lui, ongezond persoon ben. Want ikjog. En ik denk dat dit ook de voornaamste reden is waarom mensen in hetalgemeen sporten. Waarom ze bijvoorbeeld een abonnement op de sportschoolhebben. Gewoon om te kunnen zeggen tegen kennissen en buren dat ze wat doen aanhun conditie en gezondheid. Dat ze niet zijn zoals de meeste Nederlanders, diealleen maar zeuren.

Ik praatmet een leuke jongen. Hij vertelt over zijn passie basketbal. Een sportief typedus. Ik knik geïnteresseerd. Oh shit, bedenk ik me ineens, als hij maar nietnaar mijn hobby’s vraagt. “En doe jij ook aan sport ofzo?” Vraagt hij. Shit,daar gaan we weer. “Eum…” antwoord ik. Ja! Schiet er door mijn hoofd, ik sport!Ik jog! Ik ben sportief! “Nou ik loop een paar keer per week hard met eenvriendin”, overdrijf ik. Dat ik dit nog maar één week heb gedaan, hoeft meneerde basketballer niet te weten. Hij kijkt me bewonderend aan en kniktglimlachend. “Zo zo!” zegt hij. En ik weet het zeker: ik hou van sporten. Envolgende week ga ik weer.     

oktober 11, 2007
By on 13:57
Joggen

Sportenis niet het leukste dat ik kan bedenken. Natuurlijk, het is goed voorje, goed voor de lijn enzovoorts, enzovoorts. Maar toch is het geen hobby vanmij. Daardoor deed er nooit erg veel aan. Zeg maar: één keer per week of somsnog minder.

Tot eenvriendin van mij sinds kort fanatiek bezig is met zwemmen en hardlopen. Terwijlik onderuit op de bank hang stuurt ze me een berichtje: “ik ga even hardlopenhoor, doeg xx”. Ik baal van mezelf. Waarom doe ik dit gewoon niet? Een heldermoment. Ik stuur haar een berichtje terug: “Wacht, ik ga met je mee. Kom memaar ophalen.” Ze loopt toch altijd praktisch langs mijn huis.

Dus dezeweek jog ik dapper met haar mee. Gelukkig is mijn vriendin zo loyaal zich aanmijn non-conditie te houden, want op haar tempo houd ik het niet vol. Het isduidelijk te merken dat ze al wat beter getraind is dan ik. Vrolijk pratendover die leuke pianist en andere belangrijke zaken des levens jogt ze naast me.Ik kan er alleen af en toe een moeizame “ja” uitbrengen en heb het gevoel datwe na een nacht met teveel cocktails de Mount Everest beklimmen. Toch probeerik vol te houden. Na onze eerste jog-sessie ben ik kapot, maar erg trots opmezelf.

Mijnvriendin laat het de volgende avond afweten, maar ik word fanatiek en ga inmijn eentje een rondje langs de grachten. En het gaat al beter dan de vorigekeer. Gewoon rennen is eigenlijk best wel lekker. Lekker met een muziekje opjog ik langs het park.

Devolgende dag heb ik wéér enorme spierpijn. Ik voel elke stap die ik zet. Ditmaakt mij lachvoer voor mijn klasgenoten. Toch ben ik blij en trots op mezelf.En dit komt niet alleen door het hardlopen zelf. Ik kan nu namelijk eindelijkweer gewoon zeggen dat ik sport. Dat ik geen lui, ongezond persoon ben. Want ikjog. En ik denk dat dit ook de voornaamste reden is waarom mensen in hetalgemeen sporten. Waarom ze bijvoorbeeld een abonnement op de sportschoolhebben. Gewoon om te kunnen zeggen tegen kennissen en buren dat ze wat doen aanhun conditie en gezondheid. Dat ze niet zijn zoals de meeste Nederlanders, diealleen maar zeuren.

Ik praatmet een leuke jongen. Hij vertelt over zijn passie basketbal. Een sportief typedus. Ik knik geïnteresseerd. Oh shit, bedenk ik me ineens, als hij maar nietnaar mijn hobby’s vraagt. “En doe jij ook aan sport ofzo?” Vraagt hij. Shit,daar gaan we weer. “Eum…” antwoord ik. Ja! Schiet er door mijn hoofd, ik sport!Ik jog! Ik ben sportief! “Nou ik loop een paar keer per week hard met eenvriendin”, overdrijf ik. Dat ik dit nog maar één week heb gedaan, hoeft meneerde basketballer niet te weten. Hij kijkt me bewonderend aan en kniktglimlachend. “Zo zo!” zegt hij. En ik weet het zeker: ik hou van sporten. Envolgende week ga ik weer.     


By on 12:57